top of page

“Als wij iets doen, geloven ze ons,” Giorgio Costa op de radio over ‘Klein, klein vogeltje’.

Choreograaf en danser Giorgio Costa werd uitgenodigd bij het radioprogramma Kunststof. Daar mocht hij presentator Eric Corton alles vertellen over de theater- en dansvoorstelling die hij heeft bedacht en gemaakt onder de vlag van Lloydscompany: ‘Klein, klein vogeltje’. Deze is genomineerd voor de Jonge Zwaan Dansproductie 2025.


“Ik wist eerst nog niet dat er prijzen waren voor dansers. Totdat een schoolgenootje ongeveer vijftien jaar geleden was genomineerd voor zo’n Zwaan. Vanaf toen dacht ik: dat wil ik ook. Dus toen ik de afgelopen jaren in stukken danste, dacht ik steeds dat dat misschien het stuk zou zijn dat deze prijs zou winnen. Maar uiteindelijk werd mijn eigen choreografie genomineerd. Dat was onvoorstelbaar.” Op 3 oktober wordt de prijs uitgereikt. Hoe zal Giorgio reageren? Vraagt Corton zich af. “Ik was vroeger Kanye West-fan. Toen hij vroeger een van zijn eerste belangrijke prijzen won, zei hij: ‘Everybody wanted to know what i would do if i wouldn’t win, well i guess they’re never know.’ Dus ik denk dat ik dat ga overnemen,” lacht Giorgio.



HIPHOP ALS SERIEUZE KUNSTVORM

Costa is ook in zijn nopjes met de nominatie door wat het doet voor hiphop. “Vroeger was de danswereld meer gericht op modern en abstract, maar de laatste jaren valt hiphop steeds meer op. Je kunt de kracht van hiphop niet meer negeren. Het blijft evolueren; je kunt soms niet meer geloven wat je ziet. En mensen uit de hiphopscene zoeken steeds meer de theaters op. Zo kunnen instellingen nu ook losstaand hiphopvoorstellingen produceren, in plaats van dat dat vroeger alleen in een crossover met andere dans kon. Dat heeft ook te maken met de diversiteit en inclusiviteit. Dat maakt dat wij andere mensen en culturen tegemoet willen komen en andere dingen willen zien en gebruiken. Daar heeft hiphop ook profijt van. Dus ook op dat vlak is het geweldig als we deze prijs dan winnen.”


HET IDEE VAN KLEIN, KLEIN VOGELTJE

Hij kwam op het idee van ‘Klein, klein vogeltje’ door een poppenkast in Rotterdam, waar kinderen voor stonden te gillen. “Ik besefte dat volwassenen pas reageren aan het einde van een voorstelling, maar kinderen direct reageren op alles. Toen bedacht ik me dat het leuk zou zijn om iets voor kinderen te maken. Ik stapte in de auto en hoorde het nummer ‘Klein, klein vogeltje’ van U-niq.” In dit nummer spreekt de Rotterdamse rapper een klein jongetje toe dat hij vertrouwen moet hebben in zichzelf en zijn toekomst. “Zijn boodschap sprak me aan. Dus toen vroeg ik me af: wat kan normaal niet, maar in theaterwereld wel? Zo kwam ik op een vogeltje. Want we willen allemaal wel leren vliegen.”




HET MAKEN VAN KLEIN, KLEIN VOGELTJE

Hij ging aan de slag met de voorstelling. “Normaal gesproken maak ik dans. In deze choreografie zie je ook dat we elkaar proberen te helpen door bijvoorbeeld elkaar omhoog te houden als we een salto maken.” Maar hierbij viel hij ook vaak terug op tekst. “Dat is ook leuk voor kinderen, om zo grapjes te kunnen maken. Dus in de tekst komt de broederschap en het vertrouwen terug.” Zo brengt hij een boodschap over naar de jeugd en de ouders. “Als je iemand ziet die apart is, is het niet meteen een vreemde vogel. Je mag er gewoon zijn.” Het maken ging uiteindelijk makkelijker gedacht. “Het voordeel was dat ik de jongens zo goed ken, dat ik weet op wat voor manier zij iets kunnen zeggen. Als ik dansers had gevonden met een auditie, had het anders kunnen aflopen.”


Giorgio maakte de voorstelling onder de vlag van Lloydscompany, opgericht door Lloyd Marengo. “Hij is een belangrijk persoon voor mij. Voor alle Rotterdamse dansers trouwens; daarvoor is hij een soort van godfather.” Hij is dan ook de eerste die Giorgio over het idee van ‘Klein, klein vogeltje’ vertelde. “Twee weken later belde hij mij op en hij zei: ‘yo, we gaan deze voorstelling maken.’ Hij vertrouwde me, hij weet wat ik kan.” Tijdens het maken van de voorstelling kwam Lloyd regelmatig langs. “Hij hield een helikopterview. Hij zei bijvoorbeeld dat we sommige momenten langer moesten vasthouden.” De voorstelling werd een groot succes: vaak was deze uitverkocht. De tour werd verlengd en gaat in 2027 in reprise. “Dat hadden we niet durven dromen.”


BROEDERSCHAP

In de voorstelling ‘Klein, klein vogeltje’ is broederschap een belangrijk thema. “Ik denk dat dit ook belangrijk is in mijn leven, ja. De jongens met wie ik in de voorstelling dans, ken ik al meer dan twintig jaar. Wij gingen heel de wereld over en deden aan veel tv-programma’s mee met de dansgroep Groove Kings. Dus op een bepaalde manier is die voorstelling eigenlijk al twintig jaar geleden gestart. Dat we dit nu op deze leeftijd nog mogen doen en op deze manier een stempel op ons werk krijgen, is crazy, is full circle.”



VAN LINKS NAAR RECHTS: GIORGIO COSTA, POM ARNOLD EN REMSES RAFAELA


Hij is ook blij met het vertrouwen dat hij heeft gekregen van zijn vrienden om deze voorstelling te maken. “Ik denk dat we op elkaar aan het wachten waren nadat we ons eigen pad waren op gegaan in onze carrière. Op een bepaalde manier smachtten we weer om die vriendschap de hele dag te voelen. Want met een collega waarmee je soms samenwerkt, heb je toch een andere band.” Dat het vrienden door dik en dun zijn, wil niet zeggen dat ze niet hard werken. “Natuurlijk waren er dagen waarop we elkaar niet meer konden luchten want als we samen zijn kunnen we drie ondeugende gasten zijn, echt irritant. Soms halen we twee broodjes en hebben dan geen zin meer om te repeteren. Maar dan kunnen we ook tegen elkaar zeggen dat we gaan knallen en dan doen we het echt. Dus we konden een balans vinden tussen spelen en serieus zijn.” Broederschap kreeg hij al snel mee vanuit de hiphopgemeenschap. “Ik ging bijvoorbeeld vaak naar het hiphophuis. Daar heb ik Lloyd Marengo ook ontmoet. Dat was echt een gemeenschap. Als je ons zag, waren we stereotype jongens, maar als we in de auto zaten naar een optreden toe, hadden we diepe gesprekken. Dan leer je elkaar beter kennen en meer waarderen. In het begin was ik een van de jongste jongens, dan kijk je op naar de oude jongens, dan leer je van hun doen en laten. Dat vormt je.”


DANS ALS MEDICIJN

En broederschap is niet het enige dat hij vanuit zijn eigen ervaring in de voorstelling heeft verwerkt. “Ik denk dat ik onbewust dingen die ik mee heb mogen meemaken in mijn carrière, terug laat komen. Zo komt wat wij op het podium doen, uit ons hart. Het is heel puur. Het publiek zegt ook dat als ze naar ons kijken, zij ons geloven.”


Dat komt waarschijnlijk omdat zijn liefde voor muziek en dans met de paplepel ingegoten is. “Mijn vader heeft een grote platencollectie, mijn zus was altijd al aan het playbacken.” In de brugklas kwam hij voor het eerst in aanraking met breakdance en hiphop. “Op mijn eerste schoolfeest zag ik jongens voor het eerst breakdancen. Ik was daar zo van onder de indruk: van de dans maar ook het applaus en gejuich.” Terwijl al zijn leeftijdsgenootjes gingen voetballen, playbackte hij in de huiskamer op de Backstreet Boys en deed hij aan sporten zoals breakdance. Al snel deed hij veel mee met battles, oftewel: wedstrijden, vaak in een kring met andere breakdancers. Ook hij kreeg veel gejuich. “Als je veel optredens en battles doet, leer je moves die het publiek gek maakt. Dat noemen wij signatures. Als je lang traint en meer van die moves kunt, kun je op en geef moment gewoon 30 minuten het publiek pleasen, ze in kunt pakken. Dat is een bijzonder gevoel dat je van binnen hebt.” Sindsdien is breakdance onuitwisbaar in zijn leven. “Ik ben daarmee opgegroeid, mijn vrienden komen uit dezelfde wereld, mijn carrière is daar twintig jaar op gebaseerd… het is mijn uitlaatklep. Als ik ergens mee zit, dan heb ik zin om te dansen, het van me af te schudden en los te laten.


Als ik de muziek aanzet en ga freestylen, voel ik mezelf steeds relaxter worden, zowel mentaal als fysiek, het is een soort medicijn.”


NORMAAL DOEN

Hij maakte van dans zijn beroep en beproefde zijn geluk in New York. “Ik zat op een dansopleiding, toen werd me verteld dat ik in Nederland tot een bepaalde hoogte dingen kon doen. Maar dat ik naar LA moest om superster te worden en veel tournees te doen. Twee maten van mij gingen daar al heen zoals Timor. Dus toen ging ik ook; zij stelden mij aan mensen voor. Ik zag dat de wereld eigenlijk hetzelfde was als in Nederland maar dan groter. Daar staan 400 tot 500 dansers in een auditie, terwijl ze maar 4 dansers nodig hebben.” Toch was New York niet zijn plek. “Ik was te nuchter voor de manier van omgang daar. Mensen vergelijken Rotterdam met New York omdat het de geboortestad is van hiphop. Maar Rotterdam heeft het nuchtere en droge; van laat maar eerst zien wat je kan. Ik kreeg heimwee naar mijn eigen vrienden en naar normaal doen.”


En dat doet hij nog steeds in Nederland. Ondanks dat hij zo goed werd dat hij voor merken mocht dansen, blijft hij met zijn beide benen op de grond. “Ik was toen wel meer bezig met mijn lichaam want soms moest ik dan opeens mijn shirt uit doen ofzo. Maar nu ben ik daar wel makkelijker in geworden. Ik eet wel gezond als mijn levensstijl, maar niet alleen maar sla.”




EACH ONE, TEACH ONE

Giorgio kwam terug naar Nederland en ging naast optreden, ook lesgeven. “Vanuit hiphop hebben we en vuistregel: Each One Teach One. Dat betekent dat het de bedoeling is dat je jouw kennis doorgeeft aan de volgende generatie waardoor de kennis behouden blijft. Vele mensen gaan lesgeven voor financiële stabiliteit, want gigs (optredens) komen en gaan. Maar toen ik les ging geven, kreeg ik er steeds meer liefde voor. En ik werd ouder, dus ik ging op een andere manier nadenken. Toen ging ik het zien als bijdrage voor de toekomst, want met lesgeven wordt mijn werkveld beter. Als je die waarde ervan inziet, ga je op een andere manier lesgeven dan dat je gewoon euro’s pakt.” Hij heeft nu ook veel lol in lesgeven. “Als je lacht en je hebt het naar je zin, kun je meer leren dan als je druk ervaart of onder stress staat. Dus als ik die druk kan wegnemen en plezier kan laten ervaren, dan kunnen mensen zich meer ontwikkelen.”


Hij werd zo goed in lesgeven, dat hij in 2019 uitgeroepen werd tot Leraar van het Jaar. “Dat was raar. Want docenten zeiden altijd tegen mij dat het niets met mij werd. Ik werd gezien als een groot probleem op school; ik werd ook geschorst enzo. Maar toen was het anders. Als ik nu in de klas zou zitten, zou ik sowieso een adhd-stempel krijgen. Maar toen waren er te weinig docenten die zich afvroegen wat ze nog meer met mij konden doen dan alleen verwachten dat ik stil en geconcentreerd zou zijn. Dus toen ik leraar van het jaar werd, voelde dat als een middelvinger aan alle docenten die mij geen kans gaven.”


Nu probeert hij dan ook de dingen die hem tegenvielen in het onderwijs als student, beter te doen. “Dus extra meters maken voor studenten als je ziet dat diegene extra problemen heeft zoals een vervelende thuissituatie ofzo. Ik heb ook nog nooit tegen leerlingen gezegd dat er niets van ze terecht zou komen. Ik bedenk me steeds welke omgeving ik iemand moet geven die die persoon wel stimuleert om te leren. Dan bereik je elkaar op ander vlak. Ik denk dat het belangrijk is dat je als leraar niet doet wat je vorig jaar deed, want de energie, dynamiek en vraagstukken veranderen ieder jaar, dus je moet je daarop aanpassen. ik zei ook tegen de jury van ‘Leraar van het jaar’ dat ik ín de klas sta in plaats van vóór de klas. Zij vonden dat een geweldige quote, maar voor mij is dat heel normaal. Die denkwijze heeft structuur van mijn les veranderd.”


BELOOND

Leraar van het jaar, een nominatie voor de Jonge Zwaan… Giorgio is er erg blij mee. “Dit zijn toffe dingen. Nu ik ouder ben, denk ik dat ik veel terug krijg. Als je klein bent, krijg je dat meer vanzelf, zoals een veterdiploma, maar als je ouder bent, moet je het zelf opzoeken. Dus dat maakt een onderscheiding extra vet. Het bewijst voor mij dat waar je ook vandaan komt, alles alsnog kan. Dus je kunt gewoon van school worden gestuurd en tien jaar later Leraar van het Jaar worden of een poster van de Backstreet Boys hebben en later genomineerd worden voor de Jonge Zwaan. Als je maar blijft geloven in jezelf en goed doet voor de mensen om je heen, wordt je beloond.”


VERSCHIL MAKEN

Hij vond het zo leuk om jongeren iets te leren, dat hij zichzelf heeft laten omscholen tot jongerenwerker. “Dansen is best egocentrisch: ik doe een show, ik geef les, maar ik vroeg me af wat mijn bijdrage aan de wereld is. In het lesgeven vond ik het tof om met jongeren bezig te zijn, te inspireren, te motiveren. Dat wilde ik naar ander vlak brengen. In Rotterdam heb je best wat achterstandsbuurten waar je het verschil kunt maken. Het kan niet overal maar als ik maar voor 1 of 3 het verschil kan maken..”


Hij werkt voornamelijk met jongens. “Zij komen uit zo’n buurt waarover slecht gedacht wordt. Er wordt tegen hen gezegd dat er niets van hen terecht komt. Daar leggen ze zich dan bij neer. Op school worden ze gezien als bijdehand, druk en lastig.” Giorgio vindt snel connectie met deze jongens. “Je voelt een bepaalde energie van elkaar. Dat heeft te maken met de manier hoe je eruit ziet, waarop je praat: dat moet toegankelijk zijn. Ik kleed en gedraag me nog jong, dus dan kunnen zij jou makkelijker als een rolmodel zien, dan nemen ze sneller iets van je aan. En ik kom niet meteen met moeilijke vragen de eerste of tweede keer dat ik ze ontmoet. Eerst praat ik met hen waarover zij willen praten. Dan ontstaat een kans om een vraag erin te gooien en kun je daar later verderop ingaan. Zo creëer je een vertrouwensband.” Zo kan hij ze van alles leren. “Vooral kleine dingen zoals je handen wassen voordat je aan uien zit. Als je deze kleine etiquette kent, word je later niet zo snel als anders bestempeld.” Hij voelt wel een bepaalde druk als hij met deze jongens werkt. “Je kunt niet tegen hen liegen. Als je eenmaal hun vertrouwen krijgt, moet je dat niet meer schaden want dan ben je weer degene die dat doet. En dat vertrouwen begin ik wel te krijgen.”


CREATIEVE BUBBEL GEEN RUST

Ook al doet jongerenwerk hem goed, stoppen met dansen zal hij niet. “Soms stoei ik met die gedachten, want ik voel dat je ouder word in sommige lullige dingen. Vroeger was ik bijvoorbeeld in 2 minuten warm; nu heb ik langer nodig. Gelukkig ben ik al die tijd actief geweest, dus ik kan alle moves nog wel. Maar het lichamelijk herstel duurt gewoon langer. We hadden een keer zes shows in drie dagen en daarna dacht ik; wanneer kan ik weer normaal lopen? Vroeger was ik de volgende dag weer fit,” lacht hij. “Maar als ik stop, denk ik dat de creatieve bubbel in mij geen rust zou krijgen. In ‘Klein, klein vogeltje’ dans ik nog in de show maar ik kan besluiten om als choreograaf te werken zonder zelf te dansen. Mijn droom is om zelf een stichting op te richten waarmee ik zelf kan produceren dus ben zelf niet van plan snel te stoppen.”







KLEIN, KLEIN VOGELTJE

In een voorstelling vol tricks, hiphop- en breakdance, acrobatiek en spel gaat het publiek op avontuur met twee broertjes. Op een warme dag mogen ze kamperen in de achtertuin van hun ouders, die in hun fantasie verandert in een enorm bos. Zodra de avond aanbreekt, horen de broertjes vreemde geluiden en ontmoeten ze een vreemde nieuwe vriend…


‘Klein, klein vogeltje’ gaat over een jongen die een vogel wil zijn en daarbij steun krijgt uit onverwachte hoek. De voorstelling vertelt zo over vriendschap en geloven in wat je kunt zijn.


De voorstelling speelt deze zomer en herfst nog op festivals zoals het theaterfestival Boulevard en festival De Betovering en in enkele theaters. Daarna keert de voorstelling in februari tot en met april 2027 terug naar de theaters.



bottom of page